maandag 13 juni 2011

The landmine flower
“Van bloem tot redmiddel?”


Operationeel management
Het operationaliseren van een product






Simon Claassens (0803527)
Hidayet Dogan (0808818)
Jelena Lesnik (0811392)
Dagmar van de Roer (0804636)
Klas CEV3F
In opdracht van mevrouw K. Satter
Opleiding Commerciële Economie
Instituut voor Commercieel Management
Hogeschool Rotterdam
Rotterdam, juni 2011

VOORWOORD

Voor het vak operationeel management hebben wij aan het begin van de vierde periode van het derde studiejaar, de opdracht gekregen om een blog te schrijven over een door ons uitgekozen innovatief product. De bedoeling is dat wij voor het door ons gekozen product, een operationeel marketingplan schrijven aan de hand van de door ons gewonnen informatie uit verschillende bronnen. De klas is opgedeeld in groepen, waarbij elke groep een ander product heeft uitgekozen. In lesweek 7 moeten wij allen ons operationeel marketingplan presenteren.

Wij hebben voor het product ´de landmijnplant´ gekozen. Dit product komt van het bedrijf Aresa vandaan. Dit bedrijf is gevestigd in Denemarken en is gespecialiseerd in biotechnologie. Het bedrijf is erin geslaagd om een plant te manipuleren, waardoor het in staat is landmijnen te detecteren. De plant eet de ‘nitrogeen dioxide’ op, waardoor de kleur van de plant veranderd, en dus herkend kan worden als een plek waar een landmijn ligt.

Het product lijkt ons om verschillende redenen interessant. We willen graag te weten komen of het product daadwerkelijk operationeel kan worden gesteld en of  het haalbaar is om op de markt uit te brengen. Ook willen we proberen om het aantal landmijnongelukken terug te dringen door dit product. Elke dag vallen er nog steeds slachtoffers door de landmijnen.

Wij hebben met plezier aan dit verslag gewerkt omdat we op deze manier goed kunnen terugzien wat we hebben geleerd, en we uiteindelijk ook beter zullen moeten ontwikkelen.

Wij willen mevrouw K. Satter, docente op de Hogeschool Rotterdam, en meneer A. Mogens, biochemicus bij Aresa, bedanken voor alle hulp, informatie, adviezen en begeleiding bij het maken van dit verslag.


Rotterdam, juni 2011


Simon Claassens
Hidayet Dogan
Jelena Lesnik
Dagmar van de Roer

INHOUDSOPGAVE

1. Situatieschets                                                                                            
1.1  Achtergrondinformatie                                                                         
1.1.1 De trend                                                                                              
                        1.1.2 Het bedrijf                                                                               
                        1.1.3 De branche                                                                             
                        1.1.4 De markt                                                                                            
1.2 Targeting, Positioning                                                                                                    
2. Operationeel plan                                                                                  
2.1 Product                                                                                                  
2.1.1 Productniveaus                                                                       
2.1.2 Productmix                                                                              
2.1.3 Functie                                                                                    
2.1.4 Eigenschappen                                                                        
2.2 Prijs                                                                                                        
2.3 Plaats                                                                                                    
2.4 Promotie                                                                                                
2.4.1 Communicatiedoelstelling                                                     
2.4.2 Strategie                                                                                 
2.4.3 Communicatiemix                                                                   
3. Risicoanalyse                                                                                                           

4. Operationalisatie                                                                     


Bronnenlijst                                                                                 

INLEIDING

Kaboem! Dit is het geluid van een ontploffende landmijn wat een hoop onheil met zich meebrengt voor het slachtoffer die er geheel tegen zijn onwil op is gaan staan. Nog steeds worden er mensen slachtoffer van de landmijnen die er in oorlogen zijn gebruikt. Het opruimen van deze landmijnvelden kost erg veel tijd, is gevaarlijk en moeilijk te doen. Dit moet op een betere manier kunnen dacht het bedrijf Aresa. Na een lange ontwikkelingsfase zijn ze erin geslaagd om een plant als waarschuwingsmiddel voor landmijnen in te zetten.

Door mevrouw K. Satter is er de opdracht gegeven om een marketingplan te schrijven over een nieuw product dat een mogelijke trend heeft veroorzaakt of kan veroorzaken.

In het marketingplan zal er eerst een situatieschets worden gegeven over het product. Hierna zal er worden gekeken naar het operationele marketingplan. Hier wordt ingegaan op de marketingmix, ofwel de vier P’s. Hierna zal er worden gekeken naar de begroting en de mogelijke tijdsplanning. De informatie die hierdoor in dit verslag naar voren komt is voor Aresa zeer nuttig, zodat ze weet hoe ze het product zouden kunnen verkopen.
De doelstelling van dit rapport is het verder ingaan op de operationalisatie van het marketingbeleid. Hierbij moet de marketingstrategie worden geoperationaliseerd. De probleemstelling die centraal staat tijdens dit marketingplan is: 
 
Op welke manier kan Aresa haar product aan de hand van marketinginstrumenten onder de aandacht brengen van haar potentiële afnemers?

Het onderzoek is vooral gedaan door middel van deskresearch. Er was weinig bekend over het product op internet, dus er moest erg goed gezocht worden naar mogelijke juiste informatie
Dit rapport bestaat uit een situatieschets en een operationeel plan. Eerst wordt de situatieschets bekeken. Hierbij wordt er gekeken naar de achtergrondinformatie van het bedrijf, de branche, de markt en de desbetreffende trend. Hierna zal het operationele plan worden behandeld. Hierbij komen de vier P’s voorbij. Dit zullen zijn: het product, de prijs, de plaats en de promotie. Uiteindelijk zal er een begroting worden gemaakt van het operationele plan met een bijbehorende tijdsplanning.

1. SITUATIESCHETS


In dit hoofdstuk zal er een schets worden gegeven over wat er allemaal speelt omtrent de landmijnplant. In paragraaf 1.1 zal er worden gekeken naar de achtergrondinformatie die essentieel is voor het begrijpen van de trend, de branche, het bedrijf en de markt van ´The Landmine Flower´. Hierna zal er in paragraaf 1.2 worden gekeken hoe ´The Landmine Flower´ kan worden gesegmenteerd en gepositioneerd. Als laatst zal er in de hoofdstuk naar het segment per markt van het product worden gekeken.

1.1 Achtergrondinformatie
In deze paragraaf zal er worden gekeken naar achtergrondinformatie van de trend, de branche, het bedrijf en de markt. Dit is essentieel om zo een goed beeld te creëren over het product en haar omgeving.

1.1.1 DE TREND


Een trend is een ontwikkeling van een bepaalde richting op lange(re) termijn. Veel landen die in oorlog zijn, hebben niet het vermogen om te investeren in mensen die landmijnen opruimen. Buiten dit is het ook levensgevaarlijk. Omdat dit product makkelijk en effectief is, is het een goede vervanging voor de dure oplossingen. Dit komt omdat het op een snelle manier groeit en ook erg veilig is. Omdat het laten groeien van de planten een tijdje kan duren, kan er worden gesproken van  een langere termijn trend.

1.1.2 HET BEDRIJF

Aresa is een bedrijf dat zich bezig houdt met biotechnologie. Zij ontwikkelen en verkopen genetisch veranderde organismen of afgeleide producten daarvan. Aresa vindt dat hun bedrijfstak op verschillende gebieden een waardevolle bijdrage levert aan de samenleving. In de toekomst zal dat blijven gebeuren. Zij zien biotechnologische ontwikkelingen als een mogelijkheid om de marktpositie van bedrijven te verbeteren.

Net zoals bij andere technologieën kan biotechnologie naast waardevolle vernieuwingen ook leiden tot ongewenste toepassingen. Aresa vindt het daarom belangrijk om vast te stellen welke toepassingen door de samenleving worden geaccepteerd en welke risico's aanvaardbaar zijn. Zij vinden dat biotechnologie moet voldoen aan de geldende ethische normen en waarden.

Aresa ontwikkeld genetisch veranderde gewassen met voordelen voor de boer, het milieu of de samenleving. Zij streven hierbij naar een grote afzetmarkt van deze producten.

Aresa is van mening dat genetisch veranderde gewassen veilig zijn voor mens en milieu. De gewassen ondergaan een strenge veiligheidsbeoordeling voordat ze verbouwd mogen worden op het veld. Om de veiligheid van biotechnologische producten te waarborgen heeft de overheid een heel systeem van wetten, regels en toezichthoudende organisaties in het
leven geroepen.

1.1.3 DE BRANCHE

Aresa bevindt zich in de branche van groene biotechnologie.
Groene biotechnologie omvat het toepassingsgebied van de moderne plantenteelt. Hier wordt met biotechnologische methodes doelgericht resistentie tegen insecten, schimmels, virussen en herbiciden geïntroduceerd. Op het gebied van groene biotechnologie is de gentechnologie van bijzondere betekenis. Zij vormt de basis om bepaalde genen van één soort op andere planten te kunnen overdragen en maakt het daardoor pas mogelijk om resistentie te ontwikkelen.

1.1.4 DE MARKT

De markt van biotechnologie is geen overzichtelijk markt. De onderzoeken kosten veel geld en zijn tijdrovends. Het is nu eerder de trend om de biotech-participaties in portefeuille te verkopen aan een grote speler op de markt, dan een beursnotering te krijgen.

De Nederlandse economische voorlichtingen dienst heeft bij 265 ondernemers uit de biotechnologiesector een onderzoek gedaan. Uit het onderzoek blijkt dat de grootste groep biotechnologische bedrijven zich bevindt in de rode (life science/health) sector. Daarna volgen de biotechnologische bedrijven in de witte (industrial/coatings) sector en als laatste de bedrijven in de groene (food and nutrition) sector.

De belangrijkste markten voor de biotechnologiebedrijven zijn Duitsland, België, Frankrijk, China, Japan en India. Dit geldt voor alle sectoren. Wel valt op dat voor de witte biotechnologie Taiwan een kansrijke markt is.
De mondiale biotechnologiemarkt is pas zo’n dertig jaar oud. De ongeveer 5000 bedrijven in deze sector realiseren een omzet van meer dan 85 miljard dollar. De laatste paar jaar maakt Azië, en in sterkere mate India, een sterke groei door als leverancier van life science producten en -diensten. De bijdrage van India is mondiaal gezien weliswaar nog bescheiden met ruim 2 miljard dollar omzet, maar de gemiddelde groei van ruim 30 procent is een indicatie van een sterker wordende positie op de wereldmarkt, met name op het gebied van de bio-farmaceutische industrie.

Redenen voor de groei van deze buitenlandse investeringen zijn onder meer dat India zelf een sterk groeiende binnenlandse markt kent, een groot potentieel aan hoog geschoolde arbeidskrachten voor handen heeft, met nog relatief lage loonkosten.

Recente wijzigingen in patentwetgeving en bescherming van intellectueel eigendom hebben ook bijgedragen aan de groei van het aantal buitenlandse bio-leveranciers en het aantal samenwerkingen. Met de sterke groei stijgt ook vraag naar laboratoriumapparatuur, zoals hoogwaardige optische en chemische analyse- en meetinstrumenten.
De hoge prijzen van westerse laboratoriumtechnologie biedt westerse bedrijven interessante kansen voor samenwerking met de Indiase industrie bij de ontwikkeling of productie van apparatuur voor producenten van generieke geneesmiddelen en voor contractonderzoekslaboratoria.

Het bedrijf wat sterk naar voren is gekomen in de groene biotechnologische markt is Bayer CropScience. Dit bedrijf  is wereldwijd één van de meest toonaangevende en innovatieve bedrijven op het vlak van gewasbescherming, biotechnologie en zaaizaden evenals op het vlak van groenvoorziening, huis&tuin producten en professionele plaagbestrijding. Met vertegenwoordigingen in 122 landen en 20.700 medewerkers staat Bayer CropScience garant voor een nauw en direct contact met de handel en eindverbruikers. Bayer CropScience is, met een omzet van circa 6,8 miljard euro (2010), de nummer één van de markt.

Bayer CropScience bekleedt een leidende positie in de belangrijkste segmenten van de agrarische markt – gewasbescherming, groene biotechnologie en zaaizaden. Deze activiteiten zullen in de toekomst steeds meer naar elkaar toe groeien en elkaar wederzijds versterken. Daarmee zet Bayer de toon voor een duurzame groei en een positie als marktleider op het gebied van CropScience.

1.2 TARGETING & POSITIONING

Marketing dient gebaseerd te worden op STP (Segmentation, Targeting and Positioning). Dit komt omdat marketeers van een organisatie of toegewezen bureau, bijna nooit de gehele  markt kunnen bevredigen in zijn of haar behoeften. Dit is aannemelijk omdat niet iedereen dezelfde wensen heeft. Daarom verdelen marketeers de markt in segmenten. Marktsegmentatie is namelijk de verdeling van een markt in verscheidende groepen.

1.2.1 TARGETING

Aresa wilt verschillende regeringen benaderen. Maar omdat hun netwerk op dit moment niet toereikend genoeg is, moeten zij samenwerken met instanties die zich inzetten voor de ontruiming van landmijnen. De doelgroep willen zij niet richten op een specifiek land, maar willen alle landen benaderen die te maken hebben met honderden doden door landmijnen. In 45 verschillende landen, liggen nog steeds miljoenen landmijnen begraven.

Waarom?

Aresa denkt dat hun product de landmine flower erg in de smaak zal vallen bij deze instanties. Landmijnen worden nu vooral door honden en specialisten met metaal detectoren opgespoord wat een erg onveilige en dure manier is.
De kosten die hiermee gepaard gaan, lopen volgens de Verenigde Naties op tot 300 miljoen dollar per jaar.  De opruimingsacties kunnen niet voorkomen dat jaarlijks 26.000 mensen lichaamsdelen verliezen, of zelfs gedood worden door oude mijnen. Deze cijfers zijn afkomstig van het Internationale Rode Kruis.

Door het planten van de bloemen wordt het juist makkelijker om landmijnen op te sporen. Hierdoor zullen de kosten verminderen en het aantal gewonden en overledenen door landmijnen teruggedrongen worden.

Hieronder drie organisaties uit de doelgroep die een hoge potentiële slagingskans hebben voor een samenwerking. Hierna zal er een uitleg over de bedrijven volgen:
-          VN
-          MAG (Mine Advisory Group)
-          The Halo Trust

De keuze om samen te werken gaat uit naar MAG en The Halo Trust. Dit is omdat Aresa geen directe netwerken heeft binnen de VN. MAG en Halo Trust hebben een uitgebreid netwerk waardoor zij direct in contact kunnen komen met de VN. Vandaar laat Aresa VN buiten beschouwing. Omdat het toch een potentiële klant is, wordt het bedrijf wel uitgebreid behandeld in de volgende sub-paragraaf.

1.2.1.1 VERENIGDE NATIES


Deze intergouvernementele organisatie waarvan 192 landen lid zijn, is opgericht in 1945 en komt op voor de internationale vrede en veiligheid. De Verenigde Naties (VN) zijn een mondiale organisatie van overheden, samenwerkend op het gebied van internationaal recht, mondiale veiligheid, behoud van humanitaire rechten, ontwikkeling van de wereldeconomie en het onderzoek naar sociaal-maatschappelijke en culturele ontwikkelingen.

De VN heeft een intergouvernementele structuur, wat inhoudt dat de samenwerking plaatsvindt tussen de regeringen van de 192 lidstaten. De lidstaten behouden hun eigen beslissingsbevoegdheid bij de besluitvorming. Deze intergouvernementele structuur verschilt van de supranationale besluitvorming - zoals bij enkele organen van de Europese Unie - waarbij lidstaten hun beslissingsbevoegdheid op verschillende beleidsterreinen afstaan aan een hogere autoriteit.

Doelstelling
De grondslag van de VN is vastgelegd in het 'Handvest van de Verenigde Naties'. Dit document bepaalt de rechten en plichten van de lidstaten en legt de organen en procedures van de Verenigde Naties vast. De beginselen en doelstellingen die hierin worden beschreven zijn:
- Handhaving internationale vrede en veiligheid;
- Ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen die zijn gegroeid op eerbied voor  
  het beginsel van gelijke rechten en van zelfbeschikking van volken;
- Bereiken van internationale samenwerking bij oplossen van mondiale vraagstukken
   van economische, sociale, culturele en humanitaire aard;
- Bevorderen van respect voor mensenrechten en fundamentele vrijheden;
- Dienen als centrum om pogingen van de volken tot het bereiken van
  gemeenschappelijke doeleinden met elkaar in overeenstemming te brengen.

Doelstelling van Mine Flower vs. VN
De doelstellingen van de VN komen grotendeels overeen met die van Mine Flower. Mine Flower wilt een internationale veiligheid wat landmijnen betreft. Mine Flower wilt dat iedereen zonder zorgen verder kan gaan met zijn of haar leven en overal kan gaan en staan waar men maar wilt. Mine Flower gaat voor de mondiale veiligheid.

Financiering
De budgetten van de Verenigde Naties worden gefinancierd op twee manieren: via toegewezen en vrijwillige contributies van lidstaten (burgers kunnen eventueel ook vrijwillige contributies leveren aan de organisatie, hoewel deze uiteraard van minder belang zijn door de grootte van de contributies). Het reguliere tweejarige budget van de organisatie en de gespecialiseerde organisaties wordt gefinancierd door toegewezen contributies.

De Algemene Vergadering keurt het budget goed en bepaalt daarmee gelijk de grootte van de contributie per lidstaat. Deze wordt grotendeels gebaseerd op de relatieve capaciteit van elke lidstaat om te betalen. Deze capaciteit wordt onder andere opgebouwd uit de hoogte van het nationaal inkomen van een lidstaat.

Gespecialiseerde programma's en organisaties die niet in het algemene budget van de Verenigde Naties zitten (zoals UNICEF) worden volledig gefinancierd door vrijwillige contributies van lidstaten. Het gaat hier voornamelijk om financiële contributies, maar bepaalde programma's krijgen ook donaties in natura (zoals tarwe voor het Wereldvoedselprogramma).

1.2.1.2 MAG (Mines Advisory Group)


MAG is een Amerikaans non-profit en non-gouvernementele organisatie die door conflicten getroffen gemeenschappen, voorzien van een reële kans voor een betere toekomst.

Samen met MAG, dat is wat MAG naar buiten brengt. MAG weet precies waar de overblijfselen van conflicten in ’s werelds armste landen zijn achter gebleven. Lokale mensen in dienst, helepen en bieden oplossingen voor de mensen die door armoede en economische verwoestingen geen kant meer op kunnen.

MAG is sinds 1989 actief en heeft al gewerkt op verschillende conflict-gerelateerde projecten in ongeveer 35 landen. MAG is ook mede prijswinnaar in 1997 geweest van de Nobel vrede prijs, toegekend voor het werken met de internationale campagne, voor het bannen van landmijnen.

MAG Amerika is van mening dat alle door conflicten getroffen mensen het recht hebben om een vreedzame en welvarende toekomst tegemoet te gaan, vrij van de gevolgen van de overblijfselen van conflicten. Landmijnen en kleine en lichte wapens worden te vaak achtergelaten na conflicten, die schadelijke gevolgen hebben voor burgers ondanks dat de vrede is teruggekeerd.

Deze overblijfselen van conflicten doden en verwonden naar schatting 15.000 tot 20.000 mensen per jaar. Dit houdt in dat er per twintig minuten één persoon overlijd aan de gevolgen van achtergelaten oorlogsmateriaal. Overblijfselen van de conflicten hebben invloed op de manier waarop mensen leven, werken en spelen. Ze beperken mensen toegang tot onderwijs en gezondheidszorg voorzieningen, alsmede schoon, veilig water en land voor de teelt. Zij belemmeren banden tussen dorpen, voorkomen dat vluchtelingen  naar huis kunnen terugkeren en beperken de mensen tot de lokale handel.

MAG werkt eraan om mensen in de door conflicten getroffen gebieden hun normale leven weer terug op de rails te krijgen, door al het oorlogsmateriaal op te ruimen.

1.2.1.3 THE HALO TRUST

The HALO Trust is een niet-politieke, niet-religieuze organisatie, geregistreerd in Engeland als een liefdadigheidsinstelling en in de Verenigde Staten als een non-profit organisatie. HALO is gespecialiseerd in het verwijderen van het gevaarlijke achtergebleven afval van oorlogen.

Ze hebben meer dan 8.000 full-time medewerkers in 10 landen, met een hoop onderzoeken die op dit moment aan de gang zijn in nieuwe regio’s.

In januari 2011, heeft HALO na een tweeëntwintig jarige actieve periode een aantal belangrijke mijlpalen bereikt die de volgende omvatten:
- meer dan 1,3 miljoen landmijnen vernietigd
- meer dan twaalf miljoen items van grotere kaliber munitie vernietigd
- meer dan 2.800 zware wapensystemen geïmmobiliseerd
- meer dan 129.000 geweren vernietigd
- meer dan 7.400 mijnenvelden ontruimd
- 27.367 hectare van landmijnen veilig gemaakt
- 12.409 kilometer van illegale, gevaarlijke wegen verwijderd

Deze statistieken zijn een bewijs van de toewijding van de organisatie die erg gevaarlijke dingen trotseert voor de medemens. HALO wordt niet afgeleid door betrokkenheid in campagnes en conferenties, en ze hebben een eenvoudige missie: "Mijnen uit de grond, nu!". Met meer ontmijningsexperts en meer apparatuur, zullen ze de termijn verkorten dat dorpelingen worden beïnvloed door landmijnen. HALO haar operaties zijn gegroepeerd onder Centraal-Azië, Zuidoost-Azië, midden Afrika, Zuidelijk Afrika en de Kaukasus en Balkan – beheerd vanuit een kantoor in Zuidwest Schotland. Er is een algemeen directeur, gesteund door regionale desk officers en een financiële afdeling. Alle werknemers besteden veel tijd van het jaar in het veld.
In de 10 landen waar HALO actief is, heeft het bedrijf meer dan 8.000 lokale werknemers.

Landen waar HALO werkzaam is:
Afghanistan, Cambodja, Sri Lanka, Mozambique, Angola, Somaliland, Georgië, Achazië, Nagorno, Karabach, Kosovo en Columbia.

1.2.2 POSITIONING

Niet altijd is een expliciete missie en/of doelstelling aanwezig. Het is ook niet altijd mogelijk of nodig om deze boven water te halen. In een aantal gevallen volstaat het om de strategie in hoofdlijnen te bepalen in termen van drie basisstrategieën. Daarom beschrijft Treacy&Wiersma ook wel value disciplines. Deze zijn:
- Customer intimacy
- Operational excellence
- Product leadership

Aresa positioneert zich doormiddel van Product Leadership. Dit is omdat zij een uniek, innovatief product bieden om een grote probleem op te lossen. Met haar creativiteit lopen zij voor op de technologie en kan gezegd worden dat zij de koning zijn in hun product.


Product leadership
Hierbij is het product het uitgangspunt. Dat moet het beste in zijn soort zijn. 
Klanten zijn dan bereid daarvoor meer te betalen. Continue innovatie en een snelle time to market waarborgen een blijvende voorsprong op de concurrentie (die zij op dit moment niet hebben). Ze garanderen ook een blijvende behoeftevervulling bij de klantengroep.

2 OPERATIONEEL PLAN

In dit hoofdstuk zal er worden ingegaan op de marketingmix. Als eerst wordt er ingegaan op het product en haar eigenschappen. Hierna zal er in paragraaf 2.2 de prijs worden behandeld. Hier op volgend zal de plaats nader worden bekeken. Als laatst van de marketingmix zal er worden gekeken naar de promotie en hoe dit aangepakt zal worden in paragraaf 2.4.

2.1 P van PRODUCT


Product functie
‘The Landmine Flower´ is een bloem die genetisch is aangepast waardoor ze van kleur verandert als de wortels in aanraking komen met stikstofdioxide gas. De functie van deze gemanipuleerde bloem is om aanwezige bommen en landmijnen op te sporen.

 Eigenschappen
De Arabidopsis Thaliana, ofwel Zandraket, is een éénjarige plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). De plant bloeit in april en mei in Denemarken. De meeste bladeren staan onderin in een wortelrozet. Ze variëren van eirond tot lancetvormig.

Type product ‘The Landmine Flower´ is een industrieel product omdat het geleverd wordt aan organisaties en niet op de consumenten markt verkrijgbaar is. Daardoor kan de plant niet ingedeeld worden in een van de drie hoofdcategorieën: convenience goods, shopping goods en specialty goods.

Gebruiksaanwijzing
De zaadjes worden met een helikopter boven een mijnenveld uitgezaaid. De kleur van de plant zal veranderen van groen naar rood binnen 3-5 weken wanneer de plant groeit.

Productniveau 
Core product: De afmetingen van zaadjes zijn verschillend. De doorsnede varieert van ongeveer 1-2 centimeter. Ze zijn bruin van kleur en wegen ongeveer 0,5 gram.
Actual product: Merknaam – ‘The Landmine flower’. De service wordt door het bedrijf zelf aangeboden, zoals een professionele biotechnologische adviseur die naar elke land toe reist om begeleiding te geven tijdens het zaaiproces. 

Augmented product: Er zijn meer dan een miljoen mensen gedood of verminkt door landmijnen sinds 1975. De helft van alle volwassenen die ​​op een mijn staan sterven voordat ze bij het ​​ziekenhuis aankomen. Kinderen, omdat ze kleiner zijn, hebben meer kans te sterven aan hun verwondingen. Er zijn nog steeds meer dan 300.000 kinderen in leven die ernstig zijn verwond door landmijnen. ‘The Landmine Flower’ heeft een immense humanitaire waarde en wordt erkend als een van de belangrijkste wetenschappelijke ontdekkingen van de afgelopen jaren.

Merkwaarde
Humanitaire oplossingen bieden en symbool voor veiligheid en leven.

Productlevenscyclus
‘The Landmine Flower’ zit momenteel in de introductie fase. Het biotechnologische bedrijf Aresa heeft het zaadje ontwikkeld en samen met het Deense leger getest. Het product is nu klaar om gebruik te worden.  In principe zal er door de organisaties een herhalingsaankoop worden gedaan voor andere landmijnvelden als het product bevalt. Als alle landmijnvelden behandeld zullen zijn, zal het product uitsterven, omdat het dan voor geen enkel andere optie gebruikt meer kan worden.

2.2 P van PRIJS

De prijs is voor zowel Aresa als de explosieve opruimorganisaties een belangrijke factor en wordt over het algemeen bepaald door de verhouding tussen de vraag en het aanbod. De prijs is veel te beïnvloeden, dus een belangrijke factor die vaak een besluitende rol speelt.
Vaak gaan er ook kosten gepaard met de manier waarop een product wordt verkocht of in welke hoeveelheid. Een lagere afname, zal zorgen voor een hogere prijs, omdat voor deze hoeveelheid dezelfde transportmanier wordt gebruikt als bij een grotere hoeveelheid. Een grotere hoeveelheid zal dus goedkoper uitpakken.

De producten worden verkocht in dozen. In deze dozen zit 30 kilogram aan landmijnplantenzaad. De exacte kosten van 30 kilo landmijnzaad zijn niet bekend. Dit wil het bedrijf niet vrijgeven omdat de prijzen per land en per economie van desbetreffend land waar de landmijnorganisatie zich bevind verschild. Om onderlinge prijsongelijkheid te voorkomen, wil het bedrijf de exacte prijzen niet vermelden. Wel werd er verteld dat er kon worden uitgegaan van een prijs van ongeveer €10 per 500 zaadjes wat gelijk staat aan 250 gram (eerder vermeld dat één zaadje 0,5 gram weegt).

Met een pak van 30 kilo landmijnzaad kan er de oppervlakte van één voetbalveld worden bestrooid. Dit is een veld van 120 bij 90 meter (10.800m2). Aan de hand van de oppervlakte van een landmijnveld kan er worden berekend hoeveel kilogram er nodig is om het veld te bezaaien. De prijs is zoals eerder vermeld afhankelijk van de afname hoeveelheid en de economie in desbetreffend land.

Een landmijn is te koop voor ongeveer €1,50. Maar om deze weer op te sporen en onschadelijk te maken lopen de kosten op tot de €300 tot €1000. Mijnen ruimen is duur maar het moet gebeuren. Als alle kosten van projecten worden opgeteld en gedeeld worden door het aantal vierkante meters die mijnvrij gemaakt zijn, dan blijkt dat gemiddeld één vierkante meter mijnvrij maken €1 kost op de traditionele manier met mens, hond en metaaldetectoren.

Als er wordt gekeken naar de methode van het landmijnbloemenzaad, dan kan de 10.800m2 worden gedeeld door 30.000 gram landmijnzaad. Dit betekend dat er per vierkante meter 0,36 gram landmijnbloemenzaad wordt uitgestrooid.  Één kilo landmijnbloemenzaad kost €40. Dertig kilo kost dus €1200 euro. Dit gedeeld door 10.800m2 zorgt er dus voor dat het ontruimen van een landmijnveld op deze methode €0,11 kost per vierkante meter. Vele malen goedkoper dan op de traditionele manier een landmijnveld onschadelijk maken. Hierbij moet natuurlijk wel nog in het achterhoofd worden
onthouden dat er de huur van een vliegtuigje of helikopter bij moet komen die de zaadjes kan verspreiden. Ook moet er eerst nog de machine over het veld heen die de bovenliggende landmijnen onschadelijk maakt. De exacte prijzen van deze kosten zijn niet te achterhalen, omdat deze prijzen liggen aan de economie in het desbetreffende land.

2.3 P van Plaats

De P van plaats omvat zowel de locatie waar de consument het product verkrijgt als het (type) distributiekanaal. Te denken valt aan directe distributie direct van leverancier aan de eindgebruiker. Bij indirecte distributie zitten er tussen de fabrikant en de consument een aantal schakels, zoals groothandels en detailhandels. Aresa maakt gebruik van directe distributie. Het product wordt direct naar de gebruiker gebruikt zonder tussenkomst van andere bedrijven.

Het bedrijf Aresa, die de landmijnplant produceert, is gevestigd in Denemarken. Hier produceren en distribueren ze het product. Het bedrijf betreft een biotechnisch bedrijf, dat verschillende soorten manipuleert en behandeld, om zo een meerwaarde aan de plant te kunnen geven.

De klanten zijn explosieve opruimorganisaties. Deze opruimorganisaties komen aan het product door een bestelling bij het bedrijf Aresa te plaatsen. Deze bestelling wordt geleverd door het bedrijf bij de gevraagde plaats.
De hulporganisaties distribueren het hierop volgend weer verder door naar de gewenste locaties waar het product nodig is. Dit zijn landen waar nog een hoop landmijnen ontmanteld moeten worden. Hier wordt het product door de organisaties bezaaid met vliegtuigjes.

Hieronder een afbeelding die de distributie in kaart brengt.
Figuur 1: Distributie van Aresa